Er zijn periodes waarin alles anders gaat dan je wilt.
Je staat erbij en kijkt ernaar hoe het leven door je vingers glipt, hoe dierbaren van je afglijden, de wereld verandert.
Je zit vast in de puinhoop die er van je droom over is.
Kapot, gebroken. Je ervaart het volkomen bankroet
Van een oude manier van zijn.
Je zoekt een oorzaak en een oplossing, maar dat helpt je niet.
Nu vraagt het leven van je dat je omarmt wat er is:
jezelf in al je wanhoop, je machteloosheid en niet weten.
Zoals je een kind omarmt, dat bang is en alleen.
Over zo’n periode gaat dit boek.
Toen er niets meer hoog te houden was, niets meer te helen en niemand meer om op te leunen, ontdekte ik wat het betekent om van jezelf te houden.