de taal van hart en handen

De beste heelmeester is liefde. Twee gevers en een ontvanger. Meer is niet nodig om een enorme stroom van heling in gang te zetten. Dit is wat ik wel van de daken wil schreeuwen: Het is zo simpel. Het is zo kostbaar. Het is een antwoord op zo veel. Dit is de kern van het platform dat eind april gelanceerd wordt.

De Taal van Hart en Handen, een uit het leven gegrepen verhaal

 

De beste heelmeester is liefde.
Twee gevers en een ontvanger. Meer is niet nodig om een enorme stroom van heling in gang te zetten.

Dit is wat ik wil brengen.
Dit is wat ik wel van de daken wil schreeuwen:

Het is zo simpel
Het is zo kostbaar
Het is een antwoord op zo veel.

Op Pasochten 2026 mocht ik het weer aan den lijve ervaren. Lees dit – uit het leven gegrepen – verhaal. Ik hoop dat het resoneert en dat jij je ook gaat inzetten voor de menselijke nabijheid die zo helend kan zijn. Mijn Platform dat eind april 2026 gelanceerd wordt, wil je daarbij met raad, daad, inspiratie en trainingen gaan helpen.

Paas ochtend.
Ik ben een paar dagen op bezoek bij mijn 90 jaar oude ouders.

Het zou gezellig moeten zijn, maar dat is het niet.
Vanaf het begin van deze dag vult ergernis de ruimte. In alles wat mijn moeder zegt, en in elke beweging die ze maakt klinken verwijten door – pijn en teleurstellingen van een heel leven. Verwachtingen die niet vervuld zijn. Behoeftes die onbeantwoord beleven. Zere plekken waar het nooit gelukt is om elkaar te verstaan, waar ze elkaar steeds weer kwijtraken. En vervolgens verliezen ze zichzelf, in gedrag dat niemand wil.

Bij veel relaties heb ik dit gezien: hoe langer onopgeloste zaken bestaan, hoe vaker de triggers komen. En wat dan getriggerd wordt past dan niet meer in woorden, het is de opeenstapeling van een heel leven. De echte oorzaak ligt bedolven onder ervaringen van machteloosheid en falen, pijn en teleurstelling. Dat maakt echt herstel moeilijk.

Vanochtend uit het zich in gehakketak over wat er op tafel moet, of de eieren gekook of gebakken moeten, welke kleren hij aan moet, eigenlijk zit het in alles.
Onbedoeld komt er een boodschap naar hem toe: hij is niet goed. Hij is dom. Hij is niet capabel. Dat is nooit zo de bedoeling, maar dat is wat de ander gaat voelen als je je teveel met hem bemoeid.

Zijn reactie is eigenwijs worden. Nog eigenwijzer dan hij al was. Overleven.
Zich afsluiten, de olifantshuid opzetten.

Dat mechanisme is olie op het vuur.

”Zie je wel: hij heeft helemaal geen empathie. De liefde is ver te zoeken. ‘
Terwijl zij over hem klaagt, zie ik hem zich steeds meer terug trekken. Af en toe bij hij van zich af.

Ik begrijp hem goed. En haar ook.

Geen van beiden ziet het eigen aandeel. Beiden zitten onbewust vast in hun patroon van overleven. Daarbij werken hun overlevingsreacties precies verkeerd op elkaar in; ze versterken elkaar. Vaak gaat het van kwaad tot erger.

Tot het escaleert.

Ik wil daar niet meer tussen zitten. Ik ken de patronen en achterliggende oorzaken veel te goed.

Mij resten twee keuzes: ik stop het of ik ga weg.


 

Eerste poging.

Ik adem diep, kijk naar hen. Dan pak ik hun beider handen en stel voor dat we even afstemmen op Pasen.
Het even stil laten worden en een liefdevolle intentie neerzetten. Dankbaar wordt mijn gebed ontvangen.

Het helpt hooguit een minuut. Dan gaat ‘het gesprek’ verder, met dezelfde irritatie in de toon, alleen maar negatief.

Dan wordt het erger.
Erger. 

BOEM.

Ik sla met twee vlakke handen hard op tafel.

STOP. ‘Dit wil ik niet meer.’

Er valt een geschrokken stilte. Een ijzige lading.

‘Laten we het over wat anders hebben, iets gezelligers.’ Probeer ik, om weer beweging in de shock te krijgen.

‘Nou, wat jij nou doet maakt het ook niet gezelliger!’  Ik krijg gelijk de kous op mijn kop van mijn moeder.

Ik adem, laat het van me af glijden. Kies bewust voor wijsheid, geen ego- reactie.

Nu valt alles stil.

Laat maar gebeuren. Wees aanwezig. Voel.

Tranen beginnen over mijn wangen te biggelen.

Ik neem het allemaal waar, zonder hechting. Zonder verhaal. Zonder iets te willen fiksen.
Ik maak ruimte om de hand aan de overkant van de tafel te pakken.

Verbinding. Dat is stap 1.

Ik voel… en voel en in dit voelen versta ik voorbij woorden:

Ze is zo dapper voortgagaan.
Doet zo haar best.
Al zo lang.
En op zo’n pijnlijke onderlaag van teleurstelling en onvervulde behoefte.

 Ik sta op, kijk haar aan en zeg: ‘Ik kom even wat van de spanning uit je lijf halen.’
Ze lijkt verrast, maar laat me toe.

Mijn handen op haar schouders voelen als handen op een bonk staal.
Langzaam. Rustig, zoek ik contact. Met stille aandacht; mijn hart open.

Een hand leg ik zacht op haar voorhoofd.
De andere hand haalt de spanning uit het achterhoofd.
Dat werkt op de nervus vagus, die ontspant als je ‘het katje bij het nekvel’ pakt.
Zorgvuldig ruimte maken. Steeds in verbinding.

 Intussen stromen stille tranen over mijn wangen.
Dat is wat gebeurt, als je je hart open zet, terwijl er pijn in zit. Dan komt het er uit.

Langzaam komen bij haar de tranen ook.

‘Laat maar komen’, nodig ik haar uit.
‘Het moet naar buiten. Er zijn geen woorden nodig. Ik weet wat er in je om gaat. Ik voel het allemaal.’

Nu komt het echt. Voluit.

Op de stoel naast ons schilt mijn vader zijn appeltje. We horen hem langzaam kauwen.
Hij zit in zijn cocon. Afgesloten.
Wachten tot het over is.
Hij weet zich geen raad als er emoties zijn. Wat moet hij doen?

Het is precies dat wat haar zo radeloos maakt.

Ik besluit hem te betrekken:
‘Wil je even een zakdoek voor mama halen?’, vraag ik hem.
Dankbaar voor de opdracht hijst hij zichzelf uit de stoel en komt even later terug met een keukenrol waar zij – en ook ikzelf – dankbaar gebruik van maken.

Nu heb ik meer ingang.
En zij meer uitgang.

In snikken komt het nu naar buiten, soms ook met woorden.

‘Zo gaat het steeds’, zegt ze na een poosje. En dan escaleert het.’

‘Ja, ik weet het’

Korte stilte.

‘En ik hoef daar niet meer tussen te zitten.’ Het komt er uit voor ik het bedenk.

‘Nee,’ zegt zij bevestigend.

 

‘Dus stop ik het.’ Mijn toon is stellig.
‘En dan doe ik het enige dat zinvol is: naar de onderliggende oorzaak gaan en daar verlichting brengen.’
Ze zegt niks, maar ik voel dat het nu goed is.

De ‘kous op mijn kop’ is verdwenen.
Wijsheid wint altijd.

Haar arm rijkt uit naar hem. Ze zoekt verbinding.

Verbinding is het onderliggende verlangen van beiden. Dat heb ik bij zo veel mensen ervaren. Zij zijn geen uitzondering.
Zonder verbinding kan niets stromen, en vooral de liefde niet.
Het is zo pijnlijk – voor beiden – als liefde niet kan stromen.
Zodra je – om wat voor reden dan ook – in het overleven (volhouden/je wapenen) terecht komt, verdwijnt de verbinding. Alles en iedereen lijdt daar aan.

Het is ook wel heel merkwaardig hoe hij daar naast haar zit, traag en hoorbaar kauwend op zijn appel. Schijnbaar onaangedaan, onverschillig, onverstoorbaar.
Het is niet dat hij niet van haar houdt. Het is ook niet dat het hem koud laat.
Het zijn pantser. Daaronder zit een klein jongetje dat zich met de situatie geen raad weet. Verward, onzeker, met de ziel onder de arm, wachtend op instructie.

Hij pakt onwennig haar uitgestoken hand.

Even is het stil.

Dan zegt hij precies de verkeerde woorden, waardoor zij weer bevestigd ziet dat hij er niks van begrijpt:

 

‘Het is geen gezellige Pasen zo.’
Maar hij streelt wel voorzichtig haar hand. Knijpt er zachtjes in.

Ik zie zijn onvermogen.
Zij voelt het.

‘Dit is de beste Pasen ooit,’ verbetert ze hem stellig. Haar woorden klinken krachtig.

Hij zegt niks. Het is voelbaar lastig voor hem. Daarom licht ik het toe:
‘Tranen zijn niet erg. Tranen kunnen juist helend zijn.
Er hoeft niks te worden gesust of opgelost.
Als tranen mogen stromen, dan is dat vanzelf al verlossend. Helend.

Als de pijn weer even ruimte heeft gekregen en is vrijgekomen, dan komt er vanzelf weer ruimte voor gezelligheid.’

Ik voel dat mijn vader het een beetje begrijpt. Het wordt rustiger naast mij.

‘Ik kan het niet voor jou verbergen’, snikt mama, alsof ze zich daarover schuldig voelt.
‘Dat hoeft ook niet,’ stel ik haar gerust.
‘Het kan pas helen als het er mag zijn. Als de emmer vol is, dan kan je er maar beter een flinke plens uit gieten dan dat ze als maar blijft overstromen.

Aan mijn vader leg ik uit:
‘Als de emmer gaat overstromen, dan ontstaat irritatie.
En dan reageren jullie precies verkeerd op elkaar.’

Ik zie hem knikken, maar weet niet of hij het begrijpt.

Intussen spreken mijn handen nog met het lichaam van mijn moeder.

De taal van hart en handen is een rechtstreekse taal. Rechtstreeks spreekt het tot het gevoel. Het is een waardevolle by-pass voor allerlei complexe theorieen en verhalen, recht naar het hart, naar de kern.

‘Laat maar komen, laat maar gaan. Het is goed zo,’ zegt mijn hart via mijn handen.
Nu barst er snikkend een nieuwe laag oude pijn naar buiten.
Ik ben er blij om.
Wat ik minder kan waarderen zijn de woorden die nu ook mee naar buiten barsten.
De woorden zijn vol van verwijt.
Ik wil ze niet meer horen. Zeker niet wanneer ze in zijn bijzijn naar mij geuit worden.

Ik houd ook van hem, ik heb niet alleen sympathie voor haar. Ik voel en zie hem ook.
Als kind leed ik daar aan. Nu ik volwassen ben kan ik dit een halt toeroepen.

‘We kunnen straks wel even met z’n tweeën praten,’ zeg ik in een poging dit op een zinvolle manier een halt toe te roepen.
‘Dit soort dingen wil ik liever niet met z’n drieën.’

Ze weet het wel. Ze herpakt zich en zegt niet zo veel meer.
Langzaam voel ik haar lichaam onder mijn handen ontspannen, haar ademt verdiept.

Nu gaat een van mijn handen naar mijn vader, die naast haar zit.
Een hand op zijn rug, een op de hare.
Stap voor stap komt er wat verbinding.

Dan is het tijd voor mijn vade

Dankbaar ontvangt hij mijn handen, mijn liefde en de massage van zijn schouders en hoofd.

‘O… wat is dat fijn …’ zegt hij. Met elke minuut smelt zijn pantser verder.

Vrij kort daarna zie ik zijn hand naar die van mama gaan.
Nu is het ijs gebroken. Er stroomt weer liefde.


 

Als ik weer op mijn plek aan tafel zit heb ik geen zin meer in eten.
Ik zit vol. Vol met andere zaken.

‘Nu heb ik behoefte om even van me af te schrijven’, zeg ik en ik ben mezelf dankbaar dat ik nu ook goed zorg voor mij.
‘Ik trek me dus even terug en ga schrijven.’

Ze knikken.

Ik ga, wetend dat het goed is zo. Het geeft hun ook ruimte om zich zonder mijn tussenkomst weer met elkaar te verbinden.
Na een half uurtje komt mama zachtjes binnen met thee en vers geschild fruit, de schat.

 

Het is een goed Paasfeest

Er is iets gestorven – of op zijn minst in het Paas licht gehouden.
Dat iets is het gekwetste ego.
En er is nieuw leven gekomen.
De liefde is weer opgestaan, nadat ze gekruisigd en begraven was.


 

Een paar uur later, na het potje kaarten, zit ik op een makkelijke stoel.
Voor mij zit papa, mijn voeten mogen op zijn schoot.
Achter mij staat mama.

Hij masseert mijn voeten, zij mijn hoofd en schouders.

Papa is onzeker: ‘Je moet het maar zeggen, als ik het niet goed doe he…’
Hij wil alsmaar grapjes maken en rijmpjes bedenken.

‘Laat je hart maar spreken, dan is het altijd goed,’ zeg ik.
‘Gewoon jouw liefde in je handen’

‘O, nou die is er wel!’ zegt hij dankbaar en hij glundert, want liefde… ja die heeft hij in overvloed.

 

Nu geef ik me over en ontvang. De ogen gesloten.

Woorden verstillen en liefde stroomt.

‘Zo wil ik wel de brug tussen jullie zijn’ denk ik, maar ik zeg het niet.

Ik wil niks zeggen nu. Alleen maar voelen.

Wat ik voel is liefde die stroomt.
Dankbaarheid dat ze er nog zijn.
Dankbaar om dit bijzondere moment waarvan we alle drie genieten.

‘Er is een plek op mijn rug die aandacht vraagt – een heel specifiek punt achter op mijn hart.
‘Wil je daar even naar toe gaan’, vraag ik mijn moeder terwijl ik wat voorover buig.

Als mama het aanraakt is het alsof ze de stop uit een te strak opgeblazen luchtbed haalt.
Pffffff…..
Ik bast uit in tranen. Er komt een lading los, een lading zonder verhaal.

Dit is het meest helende dat er bestaat.

De beste heelmeester is liefde.
Niet een ‘ik’ dat ‘het goed wil doen en vervolgens vooral met zichzelf ingenomen bezig is ‘het goed te doen’ of iets te fiksen.
Nee, gewoon een hart dat spreekt via de handen.

Twee gevers en een ontvanger.
Meer is niet nodig om een enorme stroom van heling in gang te zetten.

Nu voel ik het weer: dit is wat ik wil brengen. Dit is wat ik wel van de daken wil schreeuwen:

Het is zo simpel. Het is zo kostbaar.
Het is een antwoord op zo veel

 

We sluiten af met een groeps knuffel.

Zo dankbaar.


 

Er komt nog een boek aan met de titel van deze Blog. Het ligt al lang te wachten.

Houd de nieuwsbrief en instagram in de gaten om op de hoogte gehouden te worden van het platform.

Veel liefs, Conny

 

 

 

 

 

 

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en lees als eerste de laatste blogs

Inschrijven nieuwsbrief